Ouders langs de zijlijn: een vloek of een zegen?

Ouders kunnen een club dragen en hun kinderen helpen groeien in hun favoriete sport, maar ouders halen soms ook het plezier uit de sport voor hun kinderen. Heel wat federaties en clubs hebben daarom al grote of kleine acties op poten gezet voor de ouders. ICES wil al die initiatieven een duwtje in de rug geven, en maakt van 2018 het jaar van de sportouder. Wie interesse heeft, kan nog tot eind dit jaar inschrijven.

Het gedrag van ouders heeft een grote invloed op hoe kinderen hun sport ervaren. Ouders zelf, maar ook trainers en bestuurders, beseffen vaak niet hoe groot die impact kan zijn. In Vlaanderen deden Hans Van Crombrugge en Greet Dupain daarover tien jaar geleden baanbrekend werk in de Vlaamse sportpraktijk. Ze gingen praten met jonge voetballers en stelden vast dat die het geroep van de volwassenen langs de zijlijn niet leuk vonden, en het geroep van hun eigen ouders hen nog het meest stoorde. Liefst driekwart voelde zich bovendien onder druk gezet door hun ouders.

Tegelijkertijd bleek dat ouders, toen ze zelf ondervraagd werden, zich van geen kwaad bewust waren. Zelf beweerden ze dat ze helemaal niet zo veel belang aan de prestaties hechtten, en waren ze ervan overtuigd dat ze niet vaak riepen langs het veld.

In 2013 kreeg de studie een vervolg en de conclusies liepen gelijk. Ouders hadden er vaak geen besef van hoeveel stress ze hun kinderen bezorgden door de manier waarop ze zich langs het veld gedroegen.

De jeugdvoetbalenquête die Het Nieuwsblad in 2016 liet uitvoeren door onderzoeksbureau iVox bij ouders, trainers en clubbestuurders trok die lijn verder. Liefst 83,5 procent van de bevraagde clubleiders zei toen dat ouders te veel druk zetten op hun kinderen. En dat vond ook 60 procent van de ouders zelf... alleen zagen ze het probleem vooral bij andere ouders. 

Wat weten we over de invloed van ouders?

Internationaal is er nog veel meer onderzoek gedaan naar het thema, en over deze twee vaststellingen is iedereen het eens.

  1. Kinderen sporten in de eerste plaats omdat ze er plezier aan beleven, ook de kinderen op elite-niveau.
  2. Bij de grootste bedreigingen voor dat sportplezier -en dus ook de meest voorkomende redenen om te stoppen met sport- hoort steeds weer het ervaren van druk.

Zoals ook uit de Vlaamse onderzoeken blijkt, beseffen ouders vaak niet dat ze hun kind onder druk zetten. Onbewust -vaak zelfs met goede bedoelingen– doen ze het op veel manieren: strenge kritiek na wedstrijden, straffen bij mindere prestaties, beloningen koppelen aan goede prestaties, euforisch zijn als het goed is en afstandelijker worden als resultaat tegenvalt, of gewoon te vaak het kind als sporter benaderen en te weinig oog hebben voor de rest van zijn persoonlijkheid. Het gebeurt soms met de beste bedoelingen, maar het haalt het plezier uit de sport. Faalangst, competitiestress, burn-out, demotivatie of ongezonde vormen van perfectionisme komen allemaal vaker voor bij kinderen die druk ervaarden. Bij de ouders zelf zien we dat te hoge verwachtingen gemakkelijk leiden tot negatief supportersgedrag. De ouder die al droomt van de kampioenstitel of een carrière in eerste klasse voor zijn of haar kind, is vaak ook de ouder die staat te roepen en te schelden langs de zijlijn. 

Strenge kritiek na wedstrijden, euforisch zijn als het goed is en afstandelijker worden als het resultaat tegenvalt,... Ouders doen het vaak onbewust.

We moeten opletten dat we het niet enkel hebben over de negatieve rol die ouders kunnen spelen. Ouders doen het ook heel vaak gewoon erg goed en dat kan heel veel betekenen voor hun kinderen. Ouders die zich positief opstellen en op een opbouwende manier feedback geven, hebben kinderen met meer zelfvertrouwen, die meer plezier beleven en sterker intrinsiek gemotiveerd zijn. En dan hebben we het nog niet eens over alle vrijwilligerstaken die ouders in clubs op zich nemen. Vlaanderen zou een veel schraler sportaanbod hebben zonder al die helpende handen. Dus misschien is het even belangrijk om de ouderbetrokkenheid te vergroten, als de overdreven ouderlijke druk in te dijken. 

In de praktijk zullen beide vaak hand in hand gaan. Ouders waarmee je een goede band hebt, zullen zich tijdens wedstrijden beter gedragen. En die ouders zullen ook gemakkelijker een rol als vrijwilliger opnemen, wie weet zitten er zelfs potentiële sponsors tussen. 

Het begeleidingstraject "Sportouders" voor sportfederaties

Er gebeurt nu al heel wat rond het thema in Vlaanderen. Heel wat clubs, federaties en sportdiensten zetten bewustmakingscampagnes op of hebben oudercharters opgesteld. Voetbal Vlaanderen heeft het project de "High Five ouder", Tennis Vlaanderen kende "de ideale tennisouder", de Korfbalbond deed een respect-actie, Rugby Vlaanderen experimenteert met oudertoernooien...

Daarnaast bieden verschillende initiatiefnemers kwalitatief hoogstaande vormingen aan. De vorming "Ouders & clubs: één doel?!" van Joris Lambrechts is al bij veel federaties gekend, ook de Vlaamse Vereniging voor Sportpsychologen heeft een vorming "Winnende ouders" en er is het project Coach met de M-factor van de UGent, dat principes uit de ontwikkelingspsychologie vertaalt naar de sportsector.

Met het begeleidingstraject wil ICES de bestaande initiatieven samenbrengen en presenteren aan de sportsector. Het traject is specifiek gericht op federaties en andere sportorganisaties die aan de slag willen op vlak van "sportouders". Twee inleidende workshops (in de knappe en splinternieuwe gebouwen van De Krook in Gent) geven een overzicht van de bestaande initiatieven, waarna deelnemende federaties zelf kunnen kiezen waarop ze willen inzetten en met de hulp van ICES een ouderbeleid kunnen opzetten of verfijnen. Want sommige federaties kennen vooral problemen door ongepast gedrag langs de zijlijn, terwijl andere zich eerder zorgen maken over de overdreven verwachtingen die ouders aan hun kinderen stellen. Weer andere willen vooral iets doen aan de ouders die de sportclub als "goedkope babysit" lijken te zien. Met drie tot vijf overlegmomenten loopt het begeleidingstraject van februari tot augustus, waarna de projecten bij de start van het nieuwe werkjaar in de praktijk kunnen worden gebracht.

Begeleidingstraject in een notendop

Verloop:

  1. Vooronderzoek: vragenlijst voor leden (okt-dec 2017)
  2. Workshops (15 en 29 januari 2018)
  3. Begeleidingstraject (feb-aug 2018)
  4. Uitrol zelf uitgewerkte project (vanaf sept/okt 2018)
  5. Evaluatie (mei-juni 2019)

Doelgroep: sportdiensten, sportfederaties en koepelsportorganisaties

 

Timing: januari 2018 - september 2018

Locatie: workshops De Krook in Gent, begeleidingsmomenten in onderling overleg

Kostprijs: 190 euro voor de workshops en het individueel begeleidingstraject

Verantwoordelijke: Simon De Vriendt (ICES)

Inschrijven: www.ethischsporten.be/sportouders

Meer info? simon@ethicsandsport.be - 09 218 91 24 - www.ethischsporten.be

Voorlopig programma van de workshops

15 januari 2018

WORKSHOPDETAIL
Maarten Vansteenkiste: De M-factor en het ABC van motivatie in de sportProfessor Vansteenkiste (UGent) geeft inzicht in de principes van de zelfdeterminatietheorie, en vertaalt die naar de sportsector. Zoals hij ook deed met het opleidingstraject voor trainers met de M-factor.
Joris Lambrechts: Ouders en Sportclub, één doel?!Joris Lambrechts is met zijn vorming voor en over sportouders de meest gevraagde spreker in Vlaanderen over dit thema. Hij vertelt over de bevindingen van praktijkonderzoek in Vlaanderen. En brengt een pak goede en slechte voorbeelden mee.
Rondetafel 1Inspirerende initiatieven van de sportfederaties
Hans Van Crombrugge: pedagogische denkbeelden in de IslamHans Van Crombrugge deed jarenlang onderzoek naar ouder-kindrelaties in de sport, en doet nu onderzoek naar de opvoedingsidealen in islamitische culturen. In deze workshop legt hij de link tussen beide, met inzichten die trainers en bestuurders helpen omgaan met andere culturen.
Rondetafel 2Intervisiemoment voor de deelnemers, waarbij vragen en ervaringen kunnen uitgewisseld worden.

 

29 januari 2018

WORKSHOPDETAIL
ICES: 8-stappenplan ethisch beleid in de sportclubEen ouderbeleid maakt het meeste kans als het verankerd is in een ruimer ethisch beleid. ICES overloopt in acht eenvoudige stappen hoe je werk maakt van ethische thema's.
Els De Waegeneer: ethische codes en oudercharters, wat werkt en wat niet?De eerste stap blijkt voor veel clubs en veel federaties het opstellen van een oudercharter. Els De Waegeneer (UGent) schreef een doctoraat over ethische codes. Ze ontdekte wanneer die dode letter bleven en wanneer ze een verschil maakten.
Rondetafel 3Sportdiensten maken er werk van. Inspirerende voorbeelden van gemeentelijke initiatieven.
NOC*NSF: Hoe werkt Nederland aan een positief sportklimaatIn Nederland zijn er al jaren grote publiekscampagnes naar sportouders. Wat kunnen we leren van onze noorderburen?
Rondetafel 4: Evelyn Morreel: Ouderbetrokkenheid in het jeugdwerkEvelyn Morreel (HIG) werkt in opdracht van de Vlaamse overheid aan een project om de ouderbetrokkenheid in het jeugdwerk te vergroten. In rondetafelgesprekken wisselt ze aan de hand van steekkaarten met praktijkvoorbeelden ervaringen uit.

Opgelet: de aangekondigde sprekers bevestigden hun aanwezigheid, maar bij de verdere samenstelling kan er nog geschoven worden in het programma.

Auteur: 
Simon De Vriendt (ICES)