Parlementaire vraag rond minder bekende sporten

In de commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams Parlement kreeg minister van Media Sven Gatz een vraag om uitleg over de beperkte mediabelangstelling voor topprestaties in minder bekende sporten.

De volledige vraag en het antwoord kan je hier nalezen.

De minister gaf aan dat er toch zeer gericht ingezet wordt op de aandacht voor kleinere, minder bekende sporten. Zo heeft de overheid een beheersovereenkomst met de openbare omroep. Daarin staat specifiek als opdracht: aandacht besteden aan ten minste dertig kleine sporten, naast voetbal en wielrennen. In het jaarverslag 2016 van de VRT staat te lezen: "In Sportweekend ging het in 2016 over in totaal 49 verschillende sportdisciplines. Op Radio 1 kwamen meer dan 50 verschillende sporten aan bod. Sporza.be schonk aandacht aan een diversiteit van sporten – meer dan 50. Naast de klassieke sporttakken, zoals voetbal, wielrennen, atletiek, tennis en de traditionele zaalsporten, was er ook aandacht voor onder andere zeilen, badminton, schaatsen, schermen, boksen en taekwondo."

Nog een reactie van minister Gatz: "Ik denk dat er op bepaalde vlakken een vooruitgang wordt geboekt, bijvoorbeeld het feit dat men nu vrouwensporten op een gewone, evidente manier mee in wedstrijdverband in beeld brengt, live, en niet met een kleine reportage achteraf, wat vijf of tien jaar geleden nog zeer courant was. Wedstrijden van minder bekende sportdisciplines worden regelmatig gekoppeld aan populaire sportevenementen. Bijvoorbeeld: motorcross, handbal en atletiek krijgen aandacht voor of na een wielerwedstrijd. Op die manier bereikt een “kleine sport” meer kijkers dan wanneer ze niet in combinatie met een populairdere sport uitgezonden zou worden."

Gepost door: 
Grace Hellinckx