Een sterke visie en beleid op maat van ouderen

Het aantal ouderen blijft fors toenemen de volgende jaren en decennia. Sportfederaties die zich willen wapenen voor de toekomst voorzien dus best een sterke visie en een beleid op maat van deze grote en diverse doelgroep. Een mooie uitdaging! Ontdek alvast enkele aanbevelingen in dit artikel.

De Vlaamse Ouderenraad en het Vlaams Instituut Gezond Leven lanceerden de kleurrijke brochure "Samen sterk voor ouderen in beweging". Die biedt inspiratie voor een sterk bewegingsbeleid bij middenveldorganisaties uit verschillende sectoren, met aandacht voor sport.

Ook voor sportfederaties biedt de brochure inzichten in de noden van ouderen, en een gemeenschappelijke basisvisie met werkkader voor een ouderenbeleid en samenwerking met andere sectoren. 

Naar aanleiding van deze brochure stelden we enkele vragen aan Ragnar van Acker, senior stafmedewerker inhoudelijke coördinatie beweging & sedentair gedrag (Vlaamse Instituut Gezond Leven vzw) en Ingrid Peeters, directeur (OKRA-SPORT+ vzw). Via dit artikel geven ze weer waarom deze doelgroep ook voor sportfederaties belangrijk is en hoe je als federatie de ouderen kan bereiken.

Waarom zijn ouderen een belangrijke doelgroep voor sportfederaties?

Sportfederaties en -clubs kunnen hun werking versterken of meer groei realiseren door meer in te zetten op ouderen als sterkst groeiende bevolkingsgroep. In 2017 telde het Vlaams Gewest één 67-plusser voor 4 personen tussen 18 en 66 jaar. Tegen 2030-2040 voorspelt het Federaal Planbureau een verhouding van maar liefst 1 op 2,5. We evolueren op korte tijd dus naar 40% ouderen. 

Ouderen bewegen bovendien minder dan andere groepen. 38% van de 65- tot 74-jarigen in Vlaanderen doet minstens 30 minuten per dag aan minstens matig intensieve beweging. Bij de 75-plussers is dit amper 13%. Uit onderzoek blijkt verder dat 45% van alle 55-plussers aangeeft nooit te sporten. Het gaat hier bovendien om de brede interpretatie van sport: beweging in de vrije tijd, die dus ook minder intensief kan zijn.

Deze cijfers van de demografische groei en het sportgedrag bij ouderen wijzen op een grote groep van potentiële sporters en clubleden. Door in te zetten op ouderen kunnen sportfederaties en hun clubs dus ook hun maatschappelijk belang versterken. Inzetten op de doelgroep ouderen beantwoordt daarenboven aan de decretale verplichting van het a tot z verhaal.

Het eerste hoofdstuk in de brochure is “wat leeft er bij ouderen”. Kun je al wat concrete tipjes van de sluier lichten? Wat leeft er bij ouderen, op vlak van gezondheid, bewegen inclusief sport, sociale contacten?

Ouderen van vandaag zijn vragende partij om hun leven zelf invulling te blijven geven, binnen hun eigen mogelijkheden en persoonlijke situatie. Om betrokken te blijven bij hun buurt. Om zelfstandig thuis te blijven wonen, ook als er zorgnoden optreden. Ouderen geven in gesprekken over actief ouder worden ook aan dat ze zich goed in hun vel willen voelen, bezig willen blijven voor hun gezondheid en een doel willen hebben in hun leven. Daarbij geven bekende situaties en gezichten hen een houvast en vertrouwen. Valangst en fysieke beperkingen zetten een rem op sporten en andere beweging. Ze hechten belang aan sociale contacten met familie, vrienden, buren en zorgverleners. Op de interactieve webtool "Op gezondheid staat geen leeftijd" krijg je nog meer inzichten en inspiratie om gezond ouder worden te ondersteunen. 

Zeker de niet-sportende ouderen melden de volgende hindernissen om te sporten: (een ervaren) tijdsgebrek, minder motivatie, geen groot competentiegevoel en beperkte toegankelijkheid. Voor oudere ex-sporters blijkt een gezondheidsprobleem (o.a. blessures) of een functiebeperking de voornaamste hindernis om te blijven sporten, gevolgd door zich te oud voelen of denken dat de conditie niet goed genoeg meer is. Een noodzakelijke vraag is dan ook hoe sportfederaties, -clubs en andere verenigingen hun aanbod kunnen aanpassen om levenslang sporten mee mogelijk te maken in de vereniging.

De brochure presenteert een gemeenschappelijk werkkader voor bewegingsbeleid en samenwerking. Organisaties uit verschillende sectoren scharen zich achter dit kader (bv. OKRA Sport+; S-Sport, ISB, Netwerk Duurzame Mobiliteit, Vlaams Instituut Gezond Leven, Infopunt Publieke Ruimte….). Kun je het gemeenschappelijk werkkader even samenvatten? Wat vind je absoluut belangrijk voor federaties?

Ten tweede bieden we een gemeenschappelijk werkkader met instrumenten voor een bewegingsbeleid, die federaties en Vlaamse middenveldorganisaties uit andere sectoren samen kunnen gebruiken: Gezonde Gemeente. De kadermethodiek Gezonde Gemeente bundelt de succesfactoren  die Vlaamse studies en professionals hebben aanbevolen voor een sterker bewegingsbeleid. Een groeiend aantal organisaties uit verschillende sectoren en de Vlaamse overheid hebben deze succescomponenten al een vaste stek gegeven in hun praktijk.

Welke concrete aanbevelingen hebben jullie voor federaties (en clubs) die willen starten met een beweegaanbod met sport voor ouderen?

We gaan in op enkele highlights uit de succescomponenten, meer bepaald de kracht van samenwerking tussen sportfederaties en andere sectoren. 
Expertise delen leidt altijd tot meerwaarde! De technische kennis van een bepaalde sport, aanwezig bij de (uni)sportfederaties, delen met de knowhow van andere organisaties over het bereik van de doelgroep is de perfecte formule om "levenslang sporten" te garanderen. Seniorensportfederaties, ouderenorganisaties, gemeenten … zijn vaak op zoek naar een gevarieerd sportaanbod voor ouderen. Het bestaande sportaanbod aanpassen en openstellen voor deze doelgroep is dan ook de perfecte oplossing. Een lichte aanpassing van de spelregels, het organiseren van de sportactiviteit samen met leeftijdsgenoten overdag (wanneer de sportaccommodaties vaak vrij staan), speelt daarenboven meer in op de specifieke noden en wensen van de doelgroep. Een aantal sportfederaties zetten daar in het verleden al op in. Wandelvoetbal, King Pong, Vallen zonder zorgen, 10.000 stappen (8.000 voor ouderen) … werden in samenwerking met seniorensportfederaties, ouderenorganisaties en gemeenten succesvol georganiseerd. Ouderen aanzetten tot (blijven) sporten en een succesvol bewegingsbeleid vragen een mix van acties op maat van de sportclub of buurt waarin ouderen bewegen. Bij dergelijke evenwichtige mix werk je best steeds aan 4 strategieën samen: educatie, omgevingsinterventies, afspraken en regels, en zorg en begeleiding.

Een eerste aandachtspunt is een aanpak op maat van diverse groepen van ouderen. We suggereren een universele aanpak voor ouderen en sportpromotie, met waar nodig specifieke en intensievere maatregelen op maat van ouderen die te weinig bewegen. 
 
Het afstemmen van interventies op specifieke groepen van ouderen betekent echter niet dat projecten of acties enkel en alleen voor deze groepen ontwikkeld moeten worden (categoriale aanpak). Om de bewegingsongelijkheid van deze ouderen ten opzichte van de fysiek actieve ouderen te verkleinen moeten acties universeel zijn, maar met een schaal en intensiteit aangepast aan het niveau van de ongelijkheid. Naargelang de behoefte moet je als federatie dus proportioneel meer middelen, tijd en inventiviteit investeren in ouderen die te weinig bewegen, bovenop de universele aanpak van sportpromotie. Zo ben je zeker dat je interventie, actie, campagne, ... zich richt naar ouderen die te weinig bewegen.

 

 

Deze mix blijft belangrijk of het nu gaat om (ex)-sportende ouderen bij de club te houden, of om fysiek inactieve ouderen aan het sporten te krijgen. 

De gezondheidsmatrix is een geschikt instrument om deze 4 strategieën op verschillende werkingsniveaus - van het individu tot de omgeving buiten sportclub - op te lijsten en aan te pakken met het oog op het meest gunstige effect.

Bij ex-sportende ouderen kan gerichte educatie inspelen op sporten zonder zorgen ondanks oude blessures, dankzij een degelijke infosessie met brochure. Een "omgevingsinterventie" kan mede bestaan uit een aangepast recreatief sportaanbod met aandacht voor opbouw en leuke fitheidsoefeningen. De federatie kan bijhorende afspraken ondersteunen in de vorm van kant-en-klare richtlijnen voor de clubtrainers met aangepaste spelreglementen. "Zorg" in de club kan dan weer inzetten op (expertise)uitwisseling met de lokale artsen of kinesist. 

Bij fysiek inactieve ouderen kan het accent eerder liggen op de vooroordelen over sport en de typische hindernissen. Je speelt hierop in door sport als beweging te communiceren vanuit de bewegingsdriehoek, met de bijhorende tips om korte sportsessies in te plannen in je druk leven (educatie). Het aanbod kan vooral nadruk leggen op makkelijke spelvormen en samen plezier beleven: bv. start-to-programma’s of sport-fun-cultuur-formules binnen én buiten de sportclubmuren (omgevingsinterventie), meer flexibel lidmaatschap (afspraken en regels), en uitwisseling met Bewegen Op Verwijzing in de gemeente (zorg). 

Speerpunten

Belangrijk hierbij is dus steeds oog te hebben voor laagdrempelige acties. Volgende speerpunten dragen bij tot meer succes bij niet-sportende of inactieve ouderen:

(1) Gebruik de bewegingsdriehoek als kompas voor meer bewegen, inclusief sporten. 
De driehoek vat samen wat een gezonde mix van zitten, staan en bewegen is en hoe je dat aanpakt. Met 8 duidelijke en haalbare tips om gezond te leven. Daarom is het belangrijk dat ook alle sportfederaties de bewegingsdriehoek proactief uitdragen naar ouderen voor duidelijke bewegingsboodschappen. De onderbouwde tips bij de driehoek zijn de basis voor je acties en projecten. Meer informatie per tip en nuttige materialen van de bewegingsdriehoek zijn beschikbaar op www.bewegingsdriehoek.be.

(2) Je project laagdrempelig houden? Dat doe je met de 8B’s. 
Deze ‘toets’ van de 8B’s gebruiken meer en meer organisaties bij diverse bewegingsprojecten en maatschappelijke dienstverlening voor kwetsbare groepen: bv. Bewegen Op Verwijzing. Je vindt voorbeelden van bruikbaarheid, betaalbaarheid, bereikbaarheid, beschikbaarheid, begrijpbaarheid, bekendheid, betrouwbaarheid en begrip in de brochure.

(3) Gebruik het ABC van (blijven) motiveren bij ouderen.
A
- ondersteun de autonomie van ouderen dankzij 

  • ruimte voor de competenties, ideeën en noden van ouderen;
  • klemtoon op de beschermende eigenschappen van beweging inclusief sport, voor zowel hun fysieke als mentale gezondheid, zeker bij minder mobiele ouderen;
  • keuzevrijheid in het aanbod en bewegen ‘voor het goede doel’. 

Zo is Danshart een 2-jaarlijks initiatief van S-Sport // Recreas met het doel om meer dan 1.000 ouderen, vrijwilligers, medewerkers, … 10 uur lang aan het dansen te brengen. De opbrengst van dit grote dansfeest gaat jaarlijks naar een goed doel.

B - creëer verbondenheid dankzij 

  • beweging ‘als middel’ voor nieuwe ontmoetingen bij een koffie, samen grenzen verleggen, en ervaringsuitwisseling;
  • respect en sociale inclusie: ervoor zorgen dat verschillende subgroepen van ouderen elkaar leren kennen en vooroordelen wegebben;
  • strijd tegen sociale eenzaamheid: door middel van huisbezoeken en buurtnetwerken;
  • begripvol en actief luisteren, en een open houding;
  • bewegen met familie en verschillende generaties in de buurt, de Brede School,...

Zo biedt Gezinssport Vlaanderen thematische midweken aan voor grootouders en hun kleinkinderen. Ze kunnen bijvoorbeeld op piratenmidweek aan zee en genieten van een programma boordevol spel, sport en vooral plezier

C - zet in op competenties dankzij

  • nadruk op ‘elke vooruitgang telt’ conform de bewegingsdriehoek;
  • intrinsieke beloning en positieve feedback van sportbegeleiders of naasten zijn belangrijk om te blijven bewegen (plezier, complimenten, zichtbare resultaten zichtbaar met bv. stappentellers…);
  • succeservaringen via een bewegingsaanbod op maat van de vaardigheden en beperkingen van (inactieve) ouderen. 

Extra aandachtspunten voor beweging in de vrije tijd inclusief sport

(1)    Hoe kan je twijfelende of niet-sportende ouderen bereiken?

  • Hou rekening met de ervaren hindernissen, organiseer laagdrempelige sportvormen: inplanbaar in hun dagelijkse taken en leven (bij voorkeur overdag), aangepast aan de (zwakkere) gezondheidstoestand  en verschillende (vaak lager ervaren) competentieniveaus, en zo toegankelijk mogelijk (zowel financieel als in de tijd).
  • Stem af op de 3 basisbehoeften  (zie ABC hierboven).
  • Werk samen met het ruime verenigingsleven en de gezondheidssector om de activiteiten te promoten bij de doelgroep!

(2)    Zet sterker in op ‘lichte sportinterventies’

  • Start met een project beperkt in tijd (bv. 10-weken-programma), zonder verplichting van lidmaatschap om zo de instap naar reguliere sportbeoefening te faciliteren.

    3)    Gebruik het concept van de ‘open sportclub
    Dit concept moedigt sportclubs aan om bewust om te gaan met hun sociale en maatschappelijke meerwaarde, en om voor iedereen ‘open’ te staan.
    Het schenkt bijzondere aandacht aan vier thema’s met concrete tips en ideeën

    • De kostprijs en betaalbaarheid
    • Een aanbod op maat
    • Het onthaal
    • Het bestuur dat de huidige gewoontes van de club in vraag durft stellen

    Het is aanbevolen om deze thema’s van de open en laagdrempelige sportclub te blijven vertalen naar de specifieke noden bij de prioritaire groepen van ouderen. 
     

    Tot slot: kun je nog concrete voorbeelden geven van een initiatief voor ouderen dat jullie als goed voorbeeld zien?

    Met het project Lekker Actief van OKRA-SPORT + in samenwerking met Gezond Leven en PortaAL (expertisecentrum van de KU Leuven) kunnen alle ouderen (ook niet leden) hun gezondheid in twaalf weken tijd en onder professionele begeleiding verbeteren. Er wordt gewerkt op drie thema’s die een impact hebben op de gezondheid: beweging, voeding en doorbreken van zitgedrag. In dit project zijn ook de voedings- en bewegingsdriehoek, de online 10.000 stappen-tool en krachtoefeningen geïntegreerd. Een samenwerking tussen lokale trefpunten en gemeenten is een extra troef om meer ouderen te bereiken. Het gebruik van aantrekkelijke materialen voor de deelnemers en een uitgebreide infomap voor de begeleiders dragen zeker bij tot het succes.

    We vinden het belangrijk om onze projecten te evalueren, niet alleen om te weten of ze effectief zijn maar ook met het oog op de toekomst. Zo kunnen we bij de uitwerking van nieuwe projecten rekening houden met de succesfactoren maar ook met de mogelijke valkuilen. We hebben in onze sportfederatie onvoldoende know-how om een degelijke evaluatie te ontwikkelen. We laten dan ook de vragenlijsten die we opstellen voor de deelnemers en de trekkers nalezen door experts ter zake, zoals de medewerkers van Gezond Leven. Het loont zeker ook de moeite contact op te nemen met universiteiten, zij kunnen vaak hun wetenschappelijk onderzoek afstemmen op een bestaand initiatief. Zo werken we voor dit project samen met de KU Leuven die een wetenschappelijk onderzoek uitvoert zowel naar de effecten van het 12-weken programma als naar de rol en het belang van de trekkers. Daarnaast bestaan er ook heel wat evaluatiemodellen die gebruikt kunnen worden zoals ook in de brochure "Samen sterk voor ouderen in beweging" opgenomen.

    Zoek je meer instrumenten en inspiratie voor een sterker beleid rond ouderen in jouw federatie? 

    Je vindt de brochure "Samen sterk voor ouderen in beweging in de vrije tijd inclusief sport, thuis, tijdens verplaatsingen en op het (vrijwilligers)werk" op de website van Vlaams Instituut Gezond Leven en Vlaamse Ouderenraad

    Referentie
    Van Acker Ragnar & Vlaamse Ouderenraad (2018). Samen sterk voor ouderen in beweging: in de vrije tijd inclusief sport, thuis, tijdens verplaatsingen en op het (vrijwilligers)werk. Basisvisie, werkkader en inspiratie voor Vlaamse middenveldorganisaties uit verschillende sectoren. Vlaams Instituut Gezond Leven en Vlaamse Ouderenraad. Brussel.
     

    Auteur: 
    Dr. Ragnar Van Acker en Ingrid Peeters