"We moeten meegaan met onze tijd en hard luisteren naar onze klanten"

Sporten op recreatief niveau in alle maten en vormen, dat is hoe Sporta-federatie haar aanbod omschrijft. De zomer is door de vele sportkampen haar jaarlijkse piekperiode. Maar los van de activiteiten en evenementen, heeft de federatie niet stilgezeten de voorbije maanden. We gingen in gesprek met Deborah Mulkens en Hans Verbruggen over sportpromotie, beleidsprioriteiten en nieuwe maatschappelijke uitdagingen. 

Bij het grote publiek staat Sporta bekend voor het ruime aanbod aan vakantiekampen. Was het een drukke zomer voor jullie?

Sporta organiseert al sinds 1958 sportkampen. In België waren we toen pionier. Maar ondanks de ervaring blijft het organiseren van kampen telkens weer een drukke bedoening. Om in de interessesfeer van de hedendaagse jongeren binnen te dringen, ben je immers verplicht om jaarlijks met nieuwe, attractieve formules op de proppen te komen. Freerunning, bijvoorbeeld, of karting in combinatie met allerlei “kick”-activiteiten. Tevens blijven de traditionele sportkampen uiteraard onze aandacht opeisen. We streven de hoogste kwaliteit na. Daarom zoeken we samenwerkingsverbanden met unisportfederaties, zoals Gymfed, Vlaamse Basketballiga, Vlaamse Handbalvereniging, Vlaamse Volleybalbond,... We hebben de organisatorische knowhow, zij de sporttechnische expertise. 

Voor het eerst hebben we ook samengewerkt met 14 gemeentelijke sportdiensten voor de organisatie van lokale dagkampen. Dit initiatief leverde meteen 2.500 deelnemers op. Bedoeling is om dit aanbod volgend jaar verder uit te bouwen. 

Sporta zomerkampen in cijfers

  • 2.756 kinderen op Sporta-sportkamp, onder wie 407 kinderen uit de kansengroepen 5.444 kinderen op vakantiekamp
  • 1.323 kinderen op kamp in het buitenland
  • 2.502 kinderen op dagkamp in de Sporta-centra
  • 2.500 kinderen in sportkampen in samenwerking met gemeenten 

Jullie organiseren ook een heel populair evenement bij wielerliefhebbers: de Mon Ventoux campagne.

Met deze beweegcampagne trachten we jaarlijks ongeveer 3.000 fietsers op een medisch verantwoorde manier klaar te stomen om de legendarische Mont Ventoux te beklimmen. Zij krijgen gedurende de voorbereidingsperiode van 8 maanden allerlei workshops, conditietests, trainingsschema’s en trainingsritten. Dat dit concept succes heeft, heeft ongetwijfeld te maken met de tijdsgeest. Tegenwoordig willen mensen zelf kunnen bepalen hoe, wanneer, waar en met wie ze aan sport doen, zonder daarvoor in sterke mate afhankelijk te zijn van opgelegde structuren. Met deze campagne biedt Sporta sinds 2004 een afdoend antwoord op deze bedreigende trend. Voor clubs, daarentegen, is het minder evident om hierop in te spelen, omdat zij gebonden zijn aan vaste trainingsuren. Omwille van minder constante werktijden of nieuwe gezinsformules is ons levenspatroon minder voorspelbaar geworden. Bijgevolg is het minder evident om op vaste tijdstippen te sporten. Dit verklaart meteen het succes van individuele sporten als fietsen en joggen.

Welke inspanningen vraagt zo'n groot evenement van een federatie? 

Deze campagne weegt redelijk zwaar op onze werking. Het aanbod spreidt zich over acht maanden uit en wordt op vele plaatsen georganiseerd. Het feit dat de apotheose in Zuid-Frankrijk plaatsvindt, maakt de organisatie er natuurlijk niet eenvoudiger op. Samenwerken met Franse autoriteiten loopt niet altijd van een leien dakje. Bovendien kost de organisatorische omkadering stukken van mensen. Alleen al voor de medische bijstand betalen we nagenoeg 30.000 euro. Reken daarbij de personeels-, de verplaatsings- en logementkosten en je snapt dat onze boekhouder niet meteen met een evenement als Mon Ventoux is opgezet. 

Sporta-federatie wil zoveel mogelijk mensen aan het sporten krijgen. Betekent dat hetzelfde als het ledenaantal doen groeien?

Als federatie hebben we de plicht om de algemene sportparticipatie te verhogen en mee te bouwen aan een echte sportmentaliteit in Vlaanderen. Maar het spreekt voor zich dat we graag zelf de vruchten van onze inspanningen plukken. Vandaar dat onze eerste strategische doelstelling in ons beleidsplan gericht is op een stijging van onze federatieleden. In eerste instantie door de verhoging van het aantal clubleden, maar ons opzet is om -naast een productgericht ook een volwaardig publieksgericht sport- en bewegingsaanbod te ontwikkelen. Daarom willen we de ‘Mon Ventoux’-formule in de komende jaren uitbreiden naar andere sporten. We gaan focussen op het organiseren van een aantal recreatieve evenementen. We bieden nu al een 40-tal Sporta-runs aan. We spelen met het idee om hieraan een grootse apotheose te breien. 

We willen niet in dezelfde vijver blijven vissen en halsstarrig dezelfde dingen aanbieden als de unisportfederaties.

Zoals bij elke federatie is er ook bij jullie hard gewerkt aan een nieuw beleidsplan deze zomer. Wat zijn jullie prioriteiten? Veranderen jullie van koers?

Wij gaan inderdaad wel wat van richting veranderen. We wijzigen uiteraard niets aan wat goed loopt: de recreatieve competities in de verschillende sporttakken blijven zeker behouden. Maar met het nieuwe decreet in aantocht, willen we ons opnieuw positioneren in het sportlandschap. We willen ervoor zorgen dat we complementair zijn aan de unisportfederaties, dat we niet in dezelfde vijver blijven vissen en halsstarrig dezelfde dingen proberen aan te bieden. We moeten in de komende periode op zoek gaan naar oplossingen om elkaar aan te vullen. Tegelijkertijd lijkt het ons raadzaam om nieuwe groeimarkten aan te boren. Gezien de vergrijzing is er bij de senioren ongetwijfeld nog marge. Maar even belangrijk is dat we als federatie rekening houden met de huidige waardeverschuiving in de sport. Het individu, de gezondheid, de ontmoeting, het plezier,... blijken tegenwoordig belangrijker dan competitie, prestaties en records. Willen clubs niet aan betekenis inboeten, dan zullen zij rekening moeten houden met de wensen en de behoeftes van hun leden, die als klanten dienen beschouwd te worden. Zoals gezegd willen mensen zelf bepalen wanneer ze sporten, hoe intensief en met welk doel. Als reactie hierop zouden we misschien met andere sportfederaties samenwerkingsverbanden kunnen opzetten en afspraken maken rond, bijvoorbeeld, flexibel lidmaatschap.

Met sommige sportfederaties hebben we al een goede band, vooral op vlak van de sportkampen. Maar dat kan ruimer... Stel, de kinderen zijn lid van een volleybalclub. In plaats van tijdens de trainingsuren in de cafetaria te zitten, willen enkele ouders zelf sporten. Bijvoorbeeld, joggen. Waarom geen gezamenlijk project opstarten tussen de volleybalclub en een plaatselijke loopclub. Van deze synergie willen wij de komende jaren werk maken: de clubs stimuleren om toch een stap verder te zetten, te gluren bij de buren en te bekijken of er partnerships mogelijk zijn. 

Jullie focussen op samenwerkingen, maar ook op de nieuwe tendensen in de maatschappij.

Ja, we moeten ons daar bewust van zijn: de trend van individualisering, de lichte gemeenschappen, de drang naar gezondheid, de toegenomen diversiteit... We moeten als federaties nadenken hoe dat te counteren of erop in te spelen. Dat is echt de uitdaging voor de komende jaren. Het is de kunst om onze clubs daarin te engageren en motiveren, om daar ook een rol in te willen spelen. De clubs worden in hun bestaan bedreigd. Om te overleven zullen zij creatief en innovatief moeten zijn. Als federatie hebben wij de taak om mee te helpen nadenken en clubs te begeleiden in die nieuwe ontwikkelingen. Het bewustzijn is er nog niet echt bij alle clubs. Ze merken wel: we verliezen leden, maar hoe dat komt en vooral hoe er iets aan te doen, is nog niet volledig doorgedrongen.

Met Sporta hebben we wel een voordeel omdat we in de recreatiesport actief zijn. De harde competitiesector heeft het veel moeilijker om zich aan te passen. Die competitie is gericht op prestatie en vergt training en discipline. Terwijl onze clubs al eens sneller hun reglement kunnen aanpassen aan de behoefte van de sporter of al eens een andere sport in hun aanbod kunnen introduceren. 

Hoe werken jullie rond clubondersteuning?

We hebben al een aantal clubondersteuningstools, maar in de toekomst worden die uitgebreid. Vanaf januari starten we met clubbezoeken. We gaan voor een persoonlijkere, meer gerichte aanpak om onze clubs te ondersteunen. We willen de contacten met de clubs versterken, meer communiceren en peilen naar de behoeften. We moeten de clubs als klanten beschouwen, omdat we ervan uitgaan dat de sporters (dus de leden) zich ook als consumenten gedragen. Ze zoeken zelf hun weg en wanneer ze niet tevreden zijn bij de ene sportaanbieder, gaan ze wel naar een andere.

Onze ambitie is dus om onze dienstverlening aan te passen, zodat de clublasten verminderen en we hen op maat kunnen benaderen, ook al wordt dat een uitdaging met 1.500 clubs. We willen ook meer gebruik maken van technologische ontwikkelingen, zeker op het vlak van social media. 

Hoe willen jullie hierop inzetten?

We gaan de contacten met de clubs bevorderen via de moderne marketingtoepassingen. Ook dat wordt een belangrijk speerpunt tijdens de komende beleidsperiode. Zo hebben we dit jaar iemand in dienst genomen voor de sportkampen, specifiek om filmpjes en foto’s te maken, om onze content marketing te verzorgen. We merken dat het loont. De ouders appreciëren dat enorm. Zo kunnen ze via blogs of foto’s hun kinderen volgen. 

Ook de monitoren worden ingeschakeld in ons marketingbeleid van de Sporta-kampen. Bijvoorbeeld door al op de eerste dag van het kamp een groepsfoto te maken en te delen op sociale media. Deze zomer hebben we geprobeerd om daarin een versnelling hoger te schakelen en dat is echt gelukt. We moeten meegaan met de tijd en heel hard luisteren naar onze klanten. We denken ook aan het ontwikkelen van een community-app, die mensen de kans geeft om makkelijk afspraken te maken om samen te sporten. Alle middelen helpen, we vinden dat zeker interessant. 

Van het Sporta-magazine hebben jullie ook een moderne tool gemaakt.

Onze ambitie is om sport in zijn schoonheid te beschrijven, om mensen warm te maken om te sporten, maar tegelijkertijd ook een kritische benadering van sport te brengen. Het is nu net één jaar dat we de switch gemaakt hebben van een papieren versie naar een digitaal magazine, en het is vooral spijtig dat we het niet veel eerder hebben gedaan. De kosten zijn veel lager, het bereik is veel hoger. Het zijn freelancers die www.sportamagazine.be vullen, maar het is meteen ook een uithangbord voor Sporta. Het biedt mogelijkheden om onze naam bekend te maken en eigen activiteiten in the picture te plaatsen. 

Wij focussen als federatie sterk op diversiteit en kansengroepen. Dat zal ook in de komende periode zeer belangrijk zijn. Voor onze kampen investeren wij in een personeelslid dat fulltime bezig is met doelgroepwerking. We hebben geleerd dat als je kansarmen wil bereiken, dat je ongelooflijk veel drempels moet wegwerken. Niet alleen financieel, maar je moet die mensen vooral bewust maken van wat hen te wachten staat tijdens het kamp. Zij kennen dat fenomeen “sportkamp” niet. Het vergt een bijna individuele benadering, en dat kost veel tijd en inspanningen.

Een vaste contactpersoon kan alle individuele vragen proberen op te lossen, zorgt ervoor dat ze op het kamp geraken, dat ze aan het juiste materiaal geraken, dat er kort op de bal gespeeld wordt bij problemen en dat de monitoren gebrieft worden over specifieke situaties. 

Hebben jullie vaste partners om kansengroepen te bereiken?

We werken vooral samen met Kindergeluk vzw en Steunpunt Vakantieparticipatie. Het zijn overkoepelende organisaties die intussen de weg kennen naar ons. Ook met OCMW’s en instellingen voor bijzondere jeugdzorg zitten we samen. Sportaanbieders hebben een maatschappelijke taak, daar zijn wij van overtuigd. Er moet niet alleen gefocust worden op de sportievelingen, maar ook op mensen met minder kansen en minder mogelijkheden.

De vraag van onze partners is intussen groter dan het aanbod. We proberen in totaal 400 deelnemers uit kansengroepen in de sportkampen in te schrijven, maar vanuit de welzijnssector is de vraag veel groter dan ons aanbod. Helaas zijn we door onze kwalitatieve, individuele aanpak geplafonneerd.

Samengevat: Sporta wil duidelijk de uitdagingen van deze tijd niet uit de weg gaan en tegelijk bruggen slaan en samenwerkingen aangaan. 

De focus op de lichte sportgemeenschappen en de individuele sporter zal nieuw zijn. Dat wordt duidelijk de grootste uitdaging voor ons. We zijn er heel erg mee bezig, zonder uiteraard onze clubs te vergeten. Zij blijven onze belangrijkste doelgroep binnen het nieuwe beleidsplan. We hebben een clubenquête uitgeschreven waar we heel wat gegevens uitgehaald hebben, ons Sporta-comité met vertegenwoordigers uit verschillende sportclubs heeft actief mee nagedacht en ook de personeelsgroep is erbij betrokken geweest. Het beleidsplan heeft veel tijd en energie gevraagd, we zijn er ambitieus in geweest. 

Veel succes! 

De structuur van Sporta

Sporta vzw is een speler in het sport- en jeugdlandschap met een groot aanbod. Het is een groep van 4 vzw’s:

  • Sporta-federatie heeft een sportieve werking uitgebouwd rond haar 71.000 leden.
  • 2 Sporta-centra in Tongerlo en Maaseik zijn actief in sociaal toerisme en hebben een jeugdverblijfcentrum met heel wat sportaccommodatie.
  • Sporta-vakantie organiseert alle niet-sportgelieerde kampen, van avonturen- tot creakampen.
  • Mon Ventoux is een beweegkamp van de federatie.
  • To Walk Again, gericht op mensen met een beperking, behoorde tot voor kort tot de Sporta-groep, maar werd -omwille van het grote succes van de “staprobot” en de dure investeringen die hiermee gepaard gaan- ontvlecht en samen met enkele partners in een nieuwe structuur ondergebracht. 

Auteur: 
Grace Hellinckx