Brief aan minister Weyts over compensatiemaatregelen voor de sportsector

De Vlaamse Sportfederatie bezorgde volgende brief aan Vlaams minister van Sport Ben Weyts in het kader van compensatiemaatregelen voor de sportsector als gevolg van de coronacrisis.

Geachte minister,

De huidige coronacrisis heeft een ongeziene impact op onze samenleving en ook de sportsector ontkomt hier niet aan. De werking van alle sportclubs is tot stilstand gekomen door de logischerwijze verplichte stopzetting van alle sportieve activiteiten. Uiteraard leeft binnen de sportsector het allergrootste begrip voor het feit dat de overheid prioriteit heeft en biedt voor de gezondheidssector en die sectoren die het economisch draagvlak vormen voor onze samenleving. 

De globale sportsector en VSF als vertegenwoordigend orgaan zijn zich bewust van hun maatschappelijke rol en verantwoordelijkheid in deze harde tijden. Wij beseffen bovendien dat we een essentiële taak te vervullen zullen hebben eenmaal er terug naar een min of meer normaal functioneren van het maatschappelijk leven wordt geëvolueerd. 

De huidige situatie heeft verstrekkende gevolgen voor bijna alle sportclubs in Vlaanderen, zowel op organisatorisch als financieel vlak. Een eerste interne bevraging toont dat alle clubs financieel in de klappen delen, maar dat er uiteraard grote verschillen inzake (onmiddellijke) impact worden vastgesteld.Op basis van grondig overleg stelt VSF voor om een doorstart van onze activiteiten, uiteraard zo snel mogelijk, maar op een verantwoorde wijze, en de daarmee gepaard gaande noodzakelijke ondersteuningsmaatregelen grosso modo in twee fases te realiseren.

Fase 1. Het reduceren/compenseren van onmiddellijke, urgente noden bij een aantal van onze clubs.

VSF verheugt zich over het feit dat de Vlaamse Regering een noodfonds heeft gecreëerd voor de gesubsidieerde sectoren, waaronder dus ook “sport” ressorteert. Voor de besteding van mogelijke fondsen voor individuele clubs waarvan nu reeds een groot aantal met een nijpend cashflow probleem geconfronteerd worden, dachten we aan een aantal prioritaire richtlijnen/criteria, met name:

  • Clubs die zelf verantwoordelijk zijn voor kosten gelinkt aan de infrastructuur: taksen, verzekeringen, concessie- en exploitatiekosten, leningen, onderhoudskosten met o.a. personeel, machinepark, producten;
  • Excessief en uitzonderlijk verlies aan inkomsten voor de club (activiteiten, competities, compensaties voor door de crisis onmogelijk geworden diensten/prestaties,…);
  • Gebrek aan alternatieven om de kosten te beperken (tijdelijke werkloosheid in geval van spelerslonen, compensatiemaatregel zelfstandigen, hinderpremie, bij wie laat een overheid kosten wegvallen (huurgelden voor sporthal bvb, …);
  • Belang van het moment in het seizoen waarop de crisis valt; 
  • Ten slotte hoopt VSF dat de toegekende middelen gereserveerd worden voor clubs die aangesloten zijn bij een erkende en gesubsidieerde federatie.

Fase 2. De effectieve opstart en doorstart van de reguliere activiteiten bij al onze clubs.

De doorstart van georganiseerde sportactiviteiten in de post-coronaperiode zal van wezenlijk maatschappelijk belang zijn inzake samenhorigheid, sociale contacten, normalisering van de samenleving....

VSF beseft dat de herneming van de clubactiviteiten op een gefaseerde en meer dan waarschijnlijk, initieel op een gereduceerde wijze zal dienen te gebeuren. De duur hiervan en de impact op zowel werking, organisatie en financiële situatie van de clubs is moeilijk in te schatten. Zeker is wel dat de clubs nood zullen hebben aan ondersteuningsmaatregelen van hun federaties, zowel op organisatorisch, logistiek en mogelijk ook op financieel vlak.

De federaties zullen hun verantwoordelijkheid ten opzichte van hun clubs integraal opnemen en die maximaal ondersteunen in hun dagelijkse werking waar en wanneer nodig. Vandaar een sterk pleidooi voor volgende beleidsmaatregelen:

  • Het integrale behoud van het huidige subsidieniveau voor de globale sector.
  • Het implementeren van dezelfde verdeelsleutel voor elke federatie afzonderlijk, zoals deze werd gehanteerd voor een normaal werkingsjaar (zoals 2019). Rechtszekerheid is in deze moeilijke periode van cruciaal belang om een actieve ondersteuningsstrategie voor de clubs zo snel mogelijk te kunnen realiseren. Tevens, kan er maar zeer partieel rekening worden gehouden met parameters, die door Sport Vlaanderen gehanteerd worden om de globale subsidie over de federaties te verdelen. Inzake het ledenaantal bijvoorbeeld zijn er een aantal federaties waarvan het sportseizoen ten einde loopt en waarvan het potentiële maximale ledenaantal ongeveer bereikt werd. Daarentegen zijn er echte zomersporten waarvan de ledenwerving nu pas een aanvang neemt... 

De sportsector en VSF als koepelorganisatie zijn bereid om hun maatschappelijke rol volledig, voluntaristisch en met zin voor verantwoordelijkheid op te nemen. Het bestuur van VSF is ervan overtuigd dat bovenstaand voorstel volledig kadert binnen dit opzet. 

VSF is bereid en wenst nauw betrokken te worden om rond dit onderwerp van gedachten te wisselen en samen te werken met uw directe medewerkers en Sport Vlaanderen bij het uitwerken en uitvoeren van deze maatregelen.


Met vriendelijke groeten    

Het bestuursorgaan van de Vlaamse Sportfederatie

Lode Grossen
Voorzitter
Martine Verheyen
Ondervoorzitter
Koen Umans
Bestuurder
Ludwig Peetroons
Bestuurder
Lies Vlamynck
Bestuurder
Gijs Kooken
Bestuurder
Alain Lescrauwaet
Bestuurder
Steven Thys
Bestuurder
Corey Lapaige
Bestuurder
Veerle Van Gulck
Bestuurder
Steven Dutry
Bestuurder
 
Gepost door: 
Pieter Hoof