Het Europees sportbeleid

Bevoegdheden van de EU inzake sport

Met het Verdrag van Lissabon (2009) is sport voor het eerst een bevoegdheid van de EU. In artikel 6 en artikel 165 van dit verdrag verklaart de EU zich bevoegd op vlak van sport en wordt het belang van de promotie van sport door de EU benadrukt.

Het EU Werkplan voor Sport van 1 juli 2017 tot 31 december 2020 

In het "EU Werkplan 2017-2020" zijn de prioriteiten, de werkmethodes en de verantwoordelijkheden vastgelegd.

De prioriteiten voor de EU op vlak van sport zijn tot eind 2020: integriteit in de sport, de economische dimensie van sport, sport en samenleving (zie punt 12. en Annex I in het werkplan).

De werkmethodes zijn studies, seminaries, conferenties, expert groepen, cluster meetings, … (zie o.a. in Annex I en doorheen geheel het werkplan).

De verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen de EU lidstaten (de 6-maandelijkse voorzitters) en de Europese Commissie, met betrokkenheid van meerdere instellingen en actoren (zie o.a. in Annex I en doorheen geheel het werkplan). 

De EU-instellingen en hun betrokkenheid met sport

De EU werkt met beleidsperiodes van 7 jaar. De huidige beleidsperiode loopt van 1 januari 2014 tot 31 december 2020. Sport maakt in die beleidsperiode 2014-2020 voor het eerst formeel deel uit van het EU-beleid. De opmaak van het EU-sportbeleid is voornamelijk een samenwerking tussen 3 EU-instellingen.